Internet

The Aurelian Wall and the Refashioning of Imperial Rome, AD 271-855

Description
The Aurelian Wall and the Refashioning of Imperial Rome, AD 271-855
Categories
Published
of 4
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.
Related Documents
Share
Transcript
  Colofon Stichting ter Ondersteuning Oudheidkundig Onder-zoek, KvK: 4101477MA 47, 201224ste jaargang Prijs los nummer €8,-Het ijdschrift voor Mediterrane Archeologie  is een on-ahankelijk tijdschrit dat aandacht besteedt aan actu-eel archeologisch onderzoek in de mediterrane wereld,in het bijzonder verricht vanuit Nederland en België.Het overnemen van artikelen is toegestaan mits metbronvermelding. Bijdragen van lezers zijn welkom enkunnen al dan niet verkort door de redactie wordengeplaatst.MA verschijnt normaliter twee keer per jaar. Opgavekan schritelijk o via onze website. Een abonnementkost €14,-. Studenten betalen €13,- (onder vermelding van studentnummer).Rekeningnummer 5859344IBAN: NL14INGB0005859344BIC: INGBNL2A   Abonnement  :Het abonnement loopt van 1 januari tot en met 31december en wordt automatisch verlengd, tenzij eenmaand van te voren schritelijk is opgezegd.  Adresgegevens  :ijdschrit voor Mediterrane ArcheologiePoststraat 69712 ER Groningene-mail: tma_redactie@yahoo.com www.mediterrane-archeologie.nl Redactie  :Remco Bronkhorst, Lynne van Bruggen, amara Dijkstra, Jord Hilbrants, Judith Jurjens, ijm Lan jouw, Jorn Seubers,Marleen ermeer, Teo Verlaan, Corien Wiersma, Sarah Willemsen, anja van Loon (hoodredacteur)  Adviesraad  :Pro. Dr. P.A.J. Attema (RUG)Dr. G.J.M.L. Burgers (KNIR)Pro. Dr. R.F. Docter (RUGent)Pro. Dr. E.M. Moormann (RU)Pro. Dr. J. Poblome (KULeuven)Dr. M.J. Versluys (UL)Dr. G.J.M. van Wijngaarden (UvA) Ontwerp omslag: Frans Geubel, ijm Lanjouw en SiebeBoersma   Opmaak binnenwerk: Hannie Steegstra MA komt tot stand in samenwerking met BarkhuisPublishing, Eelde.ISSN 0922-331281999/SOOO Inhoudsopgave  Artikelen ‘Mykeners’ op Rhodos?Een neo-cultuurhistorische herevaluatievan de archeologische gegevens 1  Jacob Eerbeek  Retracting the divisions?Fresh perspectives on Phoenician settlement in Iberia rom avira, Portugal 7 Eleftheria Pappa  sin( α) = Vision/Objecto hoe door de ‘gezichtsbarrière’ te breken 14 Frank Carpentier  Hybridisatie versus Code-Switching 20  Jeroen van Veelen English Summaries 27 Recensies Communicating Identity in Italic Iron Age Communities 29 Peter A.J. Attema  Te Aurelian Wall and the Reashioning o Imperial Rome, AD 271-855 33 ycho Derks  Quantiying the Roman Economy. Methods and Problems 35 Frits Heinrich State ormation in Italy and Greece;questioning the neoevolutionist paradigm 38  Jorn Seubers  Introducties op lopend onderzoek  NWO-project o.l.v. Pro. dr. P.A.J. Attema,uitgevoerd door dr. G. ol, dr. . de Haas & dr. K. Armstrong 41Promotieproject Kimberley A.M. van den Berg MA 42Promotieproject Elisha O. van den Bos MA 43Promotieproject amara Dijkstra MA 44Promotieproject Jorn Seubers MA 45  Redactioneel Na een interessant symposium en themanummer over architectuur in het najaar van 2011 volgt hier weer een niet-themage-bonden MA met een awisselend aanbod aan bijdragen. Naast de gebruikelijke artikelen en recensies bevat MA 47 eennieuwe rubriek: introducties op lopend onderzoek. In deze rubriek kunnen nieuwe promotiestudenten hun onderzoek introdu-ceren en er is ruimte voor de presentatie van meer grootschalige, nieuwe projecten. De bedoeling van de rubriek is een actu-eel beeld te geven van onderzoek dat nú speelt. Door niet alleen eindconclusies te presenteren, maar ook onderzoeksplannenen tussentijdse bevindingen te publiceren, krijgt men een goed idee van de ontwikkeling binnen het archeologisch onderzoek naar de mediterrane wereld. Deze rubriek zal dan ook een vaste aanvulling vormen op de artikelen en recensies.Voor het tweede nummer van dit jaar hebben wij dr. Wietske Prummel bereid gevonden het gastredacteurschap op zich tenemen. Het thema van deze MA zal zijn ‹Mens en dier in het mediterrane gebied›. er presentatie van dit themanummerzal de redactie een lezingenavond organiseren. Meer inormatie over deze avond zal in het najaar op onze website verschijnen.Indien u per e-mail op de hoogte wilt worden gehouden van dergelijke initiatieven stuur dan een e-mail naartma_redactie@yahoo.com.anja van Loon  33 Recensies “Tis book explores the relationship between the City of  Rome and the Aurelian Wall during the six centuries fol-lowing its construction. Te Wall became the single most  prominent feature in the urban landscape (...) and came toincarnate the political, legal, administrative and religious boundaries of urbs Roma, even as it reshaped the physical contours of the city as a whole.”  Het is moeilijk om Dey’s werk pakkender samen te vat-ten dan gedaan is op de omslag. Het boek gaat in zes the-matische hoodstukken in op de wisselwerking tussen de Aureliaanse muur en de stad Rome in een zo breed moge-lijke zin, maar tegelijkertijd met een goed oog voor detail.Hoewel de auteur beweert dat dit boek niet bedoeld is alseen nieuw standaardwerk voor de Aureliaanse muur, komthet aardig dicht in de buurt. Het is op dit moment in iedergeval de beste introductie op het onderwerp.Zoals Dey ruiterlijk toegeet in de inleiding, is het boek gebaseerd op zijn proeschrit uit 2007 en zijn pogingen omrecentere publicaties te verwerken uiteindelijk van voorna-melijk cosmetische aard. Dit is geen valse bescheidenheid,aangezien van de circa 750 titels in de bibliograe de meestrecente een enkel werk uit 2008 is. Gelukkig voor Dey zijnrecente monograeën over de Aureliaanse muur op éénhand te tellen.Het is opmerkelijk dat veruit het grootste antieke mo-nument in Rome, en tevens een van de best bewaarde, zoonderbelicht is gebleven. De eerste volledige studie van de19 kilometer lange muur, door Antonio Nibby, dateert uit1820 1 , waarna pas in 1930 Te City Wall of Imperial Rome   van Ian Richmond, eigenlijk nog steeds het standaardwerk voor de muur 2 , verschijnt. Richmond’s beschrijvingen entekeningen vormen nog steeds de basis voor veel onderzoek naar de muur en Dey doet dan ook weinig moeite om hieriets aan te veranderen. Buiten een tweetal moeilijk leesbareoverzichtskaarten en een paar van Richmond’s tekeningenzijn de illustraties in het boek beperkt tot enkele tientallenzwart-wit oto’s van voornamelijk metselwerk. Het is jam-mer dat als in de tekst een beschrijving staat van bijvoor-beeld sectie G19-20, het stuk muur tussen torens G19 enG20 (de nummering is ook overgenomen van Richmond),de betrefende locatie zels met een vergrootglas nauwelijksterug te vinden is op de kaart en Dey voor detailkaartensimpelweg verwijst naar Mancini’s atlas. 3 Chronologie en topografe In de laatste decennia, vermoedelijk meelitend op de op-komst van de late oudheid als volwaardige onderzoeksdis-cipline, is de belangstelling voor de muur toegenomen en iser signicante vooruitgang geboekt in de complexe datering van het monument. Zo is de meest ingrijpende verandering, waarmee de muur in hoogte verdubbelde, pas in de jaren ’80van de vsrce eeuw toegewezen aan Honorius (circa 401-403na Christus) in plaats van Maxentius (306-312 na Christus)en zijn recentelijk geheel nieuwe toevoegingen ontdekt uitde Byzantijnse en Vroegmiddeleeuwse perioden.De chronologie van delen van de muur staat nog steeds terdiscussie, wat door de auteur goed belicht wordt in het eer-ste hoodstuk zonder te verzanden in details. Met dit boek probeert Dey echter vooral een ander perspectie van demuur te beschrijven en zijn eigen metingen en observatiesbewaart hij dan ook voor een vijtal appendices, waar ze he-laas niet erg goed uit de ver komen. Wellicht had hij zebeter helemaal weg kunnen laten, aangezien de rest van hetboek, zonder de nadruk op de minutiae van ametingen endatering, een goed gebalanceerd geheel vormt.Het tweede hoodstuk behandelt de logistiek rondom deplanning, bouw en het onderhoud van de muur. Een opval-lende conclusie is dat een belangrijk criterium voor de routevan het tracé, naast militaire overwegingen, de beschik-baarheid van keizerlijk grondgebied was. De muur lijkt,vooral ten noorden en oosten van de stad, ruim buiten debebouwde kom te lopen, om de kosten van het onteigenenvan grond te besparen. Niet alleen het zeven meter bredetracé van de muur zel moest vrijgemaakt worden, maar ook een strook voor de constructiewerkzaamheden en, in iedergeval aan de buitenzijde, een vrij schootsveld. De kostenvoor het bouwen en verdedigen van deze extra kilometersmuur waren blijkbaar ondergeschikt aan de onteigenings-en sloopkosten.Hoewel de muur bekend staat om de antieke structurendie er in opgenomen zijn, zoals de Piramide van Cestius enhet Castrense amphitheater, werden de meeste gebouwen ophet tracé met de grond gelijk gemaakt. De overweging om degrotere gebouwen op te nemen in de muur lijkt niet zozeer  34 MA jaargang 24, nr. 47 een bouwvoordeel te zijn geweest, maar meer een poging tothet voorkomen van de aanwezigheid van gemakkelijk or-ticeerbare gebouwen direct buiten de muur. De interactietussen de muur en de verschillende aquaducten is nog com-plexer en onduidelijker: zo wordt nabij de Porta Maggiorede Aqua Claudia-Anio Novus opgenomen in de muur inplaats van de Aqua Marcia-epula-Julia, die nu op twintig meter astand parallel aan de buitenzijde van de muur loopt. De relatie tussen muur en stad Het onderwerp van het derde en vierde hoodstuk is eenmeer algemene interactie tussen de muur en de stad. Naastde niet te onderschatten visuele impact van een vijtien me-ter hoge omwalling van de stad, veranderde Rome ook opandere manieren door de aanwezigheid van de muur. Erontstond een directe reactie in de vorm van een veranderendgebruik van ruimte, also de stad zich moest schikken naarhet nieuwe keurslij. De limiet van het stedelijke gebied wasaltijd zo dynamisch geweest als verwacht kan worden vaneen onbegrensde metropool, maar dit werd nu (en tot aande 19 e eeuw) een statische abakening.Het  pomerium , de juridische begrenzing van de stad, werdmogelijk al onder Aurelianus gelijk getrokken met de muur, wat ook blijkt uit de plotselinge aname van begravingenbinnen voormalige suburbane gebieden, totdat deze moresin de zesde eeuw lijken te vervagen. Een enorme hoeveel-heid bouwaval blee over na de bouw, waarvan zels na eeneeuw volop gebruik als spolia nog grote hoeveelheden over waren. De signicante aantallen nieuwgebouwde domus inde vierde eeuw zijn hier mogelijk een direct gevolg van.De economische gevolgen van de bouw van de muur blij-ven ook niet onbelicht in het boek. De voortzetting van de Aureliaanse muur langs de oevers van de iber (een groten-deels vergeten en genegeerd onderdeel van de omwalling)sloot de kades en magazijnen a van de rivier en beëindigdeabrupt het gebruik van Monte estaccio als avalberg vooraardewerken containers. Het goederenverkeer (voornamelijk de graanvoorziening) werd opnieuw ingericht, met nadruk op de graanmolens op de Janiculum (binnen de muur) ennieuwe opslagruimtes rondom de Campus Martius in hetnoorden van de stad, waar mogelijk een nieuwe Monteestaccio onstond nabij Montecitorio. Gedurende de LateOudheid wordt de muur langzaamaan het symbool van destad; als plaatsaanduiding volstaat de term ‘intra muros’ ende muur (o één van de poorten) symboliseert Rome op dekeerzijde van munten en medaillons.De poorten spelen waren ook belangrijk in de religieuzerol van de muur, het onderwerp van het vijde hoodstuk.Omgedoopt vana ten minste de zesde eeuw met namen vanchristelijke heiligen, waren de poorten in de regel voorzienvan christogrammen boven de doorgang. De uitvalswegennaar de drie belangrijke heiligdommen buiten de muur (S.Lorenzo uori le mura, S. Paolo uori le mura en Constantijnsbasilica op de Vaticaanse heuvel) werden voorzien van over-dekte kolonnades om zo (naast meer prozaïsche redenen)de suggestie te wekken dat zij mede-ommuurd waren metde stad. Dey laat zich verder in dit hoodstuk helaas watmeeslepen in algemeenheden en enigszins hoogdravendevergelijkingen met ‘Celestial Jerusalem’, in markant contrasttot de no-nonsense toon van de rest van het boek.Ondanks wat de titel van het boek doet vermoeden is hetzesde en laatste hoodstuk het enige dat in gaat op de pe-riode van circa 550 tot 855. Dey lijkt niet helemaal thuisin deze periode en het gebrek aan bronnen zorgt voor eenenigszins onsamenhangend verhaal, dat vooral drijt op hetin stand houden van het beeld dat gecreëerd is voor de eer-dere periode. Dey doet dit echter op een keurige manier,met goed gevoel voor de limieten van zijn data. Conclusie Enkele opmerkingen in het boek zijn wat tegenstrijdig. Zo wijst Dey de bouw van de muur aan als een puur civiele on-derneming, omdat de legioenen Italië verlaten hadden voorde oorlog tegen Zenobia, maar vermeldt hij wel meerderemalen de aanwezigheid van een garnizoen. Daarnaast be-noemt hij de awezigheid van gebouwen buiten de muur inrastevere als opmerkelijk, omdat er wel nieuwe gebouwenaan de binnenzijde werden gebouwd, waarna hij in een an-der hoodstuk uitweidt over het belang van een vrij schoots-veld direct buiten de muur. Opmerkelijk is toch ook het ge-bruik van het grammaticaal incorrecte ‘Aurelian wall’ 4 : ook al is het een gangbare benaming en mogelijk de keuze vande uitgever, besteedt Dey hier zels geen voetnoot aan. Ditzijn echter kleinigheden die nauwelijks abreuk doen aan ditsolide overzicht van de Aureliaanse muur. Het boek bevat weinig baanbrekende theorieën, 5 maar is erg welkom voorde manier waarop het de muur in een brede, gebalanceerdecontext plaatst. ycho Derks  Hendrik W. Dey  Te Aurelian Wall and the Refashioning of Imperial Rome, AD  271-855. Cambridge University Press, Cambridge, 2011.ISBN 978-0-521-76365-3, $110,00. Eindnoten 1 Nibby, A. (1820). Le Mura di Roma  . Rome, Presso V. Poggioli stampato-re.2 Richmond, I.A. (1930). Te City Wall of Imperial Rome  . Oxord, OxordUniversity Press.3 Mancini, R. (2001). Le mura aureliane di Roma. Atalante di un palinsestomurario . Roma, Edizioni Quasar.4 Een muur vernoemd naar Aurelianus (Aurelian) zou logischerwijs  Aurelian’s Wall  heten, o  Te Aurelianic Wall. 5 Het boek leunt sterk op voorgaand onderzoek van Ian Richmond, Luca Cozza, Rosanna Mancini en Dey’s mentor Robert Coates-Stephens.
Search
Related Search
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks