Scrapbooking

De invoering van art. 248bis Sr. in historisch perspectief

Description
In 1911, Dutch parliament changed and expanded the vice laws of the penal code. The most controversial change was the introduction of art. 248bis Sr., which created a specific age of consent (21) for homosexual contacts, while it remained 16 for
Categories
Published
of 22
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.
Related Documents
Share
Transcript
  VOL. 22, NO. 3, 2019 249 De invoering van art. 󰀲󰀴󰀸bis Sr. in historisch perspectief  Theo van der Meer TVGEND 󰀲󰀲 󰀨󰀳󰀩: 󰀲󰀴󰀹󲀓󰀲󰀶󰀹DOI: 󰀱󰀰.󰀵󰀱󰀱󰀷/TVGN󰀲󰀰󰀱󰀹.󰀳.󰀰󰀰󰀳.VAND Abstract In 1911, Dutch parliament changed and expanded the vice laws of the penal code. The most controversial change was the introduction of art. 248bis Sr., which created a specific age of consent (21) for homosexual contacts, while it remained 16 for heterosexual behaviour. According to Attorney General E.R.H. Regout, homosexuality was spreading rapidly, resulting from the se-duction of minors between the age of 16 and 21. Referring to Greek pede-rasty, he claimed that adult homosexuals preyed almost exclusively on this age group. Once seduced, a minor would become a homosexual himself. Although a memorandum briefly mentioned that the new article would also apply to women, lesbian behaviour was not discussed at all during readings in parliament: srcinating from his previous role as public prosecutor, boys and young men were the minister’s sole concern.Most publications about 248bis Sr. are descriptive with a near self-evident focus on its repressive nature. This contribution also recounts the way in which Regout’s proposal was turned into law. Yet, based on a rereading of parliamentary papers, as well as on extensive archival research by the author, it raises questions viz-à-viz Regout’s concern over young males and its rela-tionship to contemporary sexual folk knowledge and prevailing etiologies. Moreover, this article will argue that 248bis, aside from criminalising aspects of homosexual behaviour, also turned a disciplinary eye towards male ado-lescents at a time when puberty as a cultural construct began to emerge. Keywords:  Penal code, age of consent, etiology, onset of puberty, boy prostitution  VOL. 22, NO. 3, 2019 TIJDSCHRIFT VOOR GENDERSTUDIES 250Op 20 mei 1911 publiceerde het Staatsblad   art. 248bis Sr. van het Wetboek  van Strafrecht: ‘De meerderjarige die met een minderjarige van hetzelfde geslacht, wiens minderjarigheid hij kent of redelijkerwijs moet vermoeden, ontucht pleegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier ja-ren.’ Voor het eerst in honderd jaar kreeg het Nederlandse strafrecht daar-mee een artikel dat speci􀁦󰁩ek over homoseksuele contacten ging. Het artikel maakte deel uit van een reeks toevoegingen áán en redactiewijzigingen ván de ‘bepalingen van het Wetboek van Strafrecht tot bestrijding van zedeloos-heid’ dat in 1886 van kracht was geworden. Tot de herziening behoorden ook bepalingen betre󰁦fende verleiding, zinnenprikkelend geachte reclame  voor neomalthusiaanse middelen, pornogra􀁦󰁩e, abortus, vrouwenhandel, een bordeel- en souteneurverbod en de zedeloos geachte kansspelen.􀀱Het oude art. 247 dat alle seksuele omgang met minderjarigen onder zestien jaar stra󐁦󰁢aar stelde, bleef gehandhaafd. Daardoor ontstonden on-derscheiden ages of consent   voor heteroseksuele (16) en homoseksuele (21) contacten. Art. 247 en 248bis Sr. overlapten elkaar ten dele (het nieuwe ar-tikel sprak van minderjarigheid maar speci􀁦󰁩ceerde anders dan art. 247 geen leeftijd), in de gerechtelijke praktijk werden echter meerderjarigen die met  jeugdigen van hetzelfde geslacht onder zestien seksueel contact hadden gehad, op basis van het eerste artikel vervolgd, waar een zwaardere maxi-mumstraf op stond. Als er sprake was van contacten met meerdere jeugdi-gen die tot onderscheiden leeftijdsgroepen behoorden, werden verdachten op basis van beide artikelen aangeklaagd en eventueel veroordeeld. Art. 248bis Sr. stelde blijkens een enkele opmerking in de  Memorie van  Antwoord   ook gelijkgeslachtelijke contacten van meerderjarige vrouwen met minderjarigen stra󐁦󰁢aar.􀀲 Afgaand op de Kamerdebatten en bijbeho-rende Kamerstukken, ging de zorg van de toenmalige minister E.R.H. Regout en medestanders uitsluitend uit naar jongens in de leeftijd van 16 tot 21 jaar. Meisjes waren in dit verband totaal irrelevant en tijdens Kamerdebatten in 1911 en in overige Kamerstukken zijn lesbische contacten in het geheel niet ter sprake gekomen.Deze bijdrage gaat over de ontstaansgeschiedenis van art. 248bis Sr. en het verzet dat daar binnen de Kamer tegen gerezen is. Mede gebaseerd op uitgebreid archiefonderzoek in onder andere gerechtelijke en departe-mentale archieven en patiëntendossiers van TBR-instellingen, gaat ze in op achtergronden en vervolgingsbeleid.􀀳 Hoewel het strafwetsartikel dus deel uitmaakte van een veel omvangrijkere herziening, blijft die hier gro-tendeels buiten beschouwing. Ze wordt gewoonlijk − niet ten onrechte − in verband gebracht met de groeiende invloed van confessionele partijen en van gelovige ‘kleine luiden’ (ook al voor de invoering van het algemeen  DE INVOERING VAN ART. 248BIS SR. IN HISTORISCH PERSPECTIEFMEER 251kiesrecht) (Cf. Kempe, 1976, pp. 53–54). Tegelijkertijd zagen contemporaine  waarnemers en zien ook historici in de invoering van het wetsartikel een dominante rol weggelegd voor minister van Justitie E.R.H. Regout, diens ge-drevenheid en manipulaties (Cf. Veritas, 1914; Troelstra, 1929, p. 165; Kempe,  1976; Koenders 1996, pp. 157–170;  Van der Meer, 2007, p. 135–140). Behalve aan hier genoemde aspecten van het voorgestelde artikel proble-matiseert deze bijdrage de etiologie van homoseksualiteit zoals door Regout  verwoord. Ze was de ratio achter zijn wetsvoorstel, maar is in andere publi-caties zelden anders dan als verleiding geproblematiseerd. Aandacht voor theorieën over oorzaak en gevolg van homoseksualiteit (die deel uitmaken  van heersende common sense  en seksuele ontologieën) biedt een historisch perspectief, dat door de nadruk op het repressieve karakter van de wet – al dan niet aangeduid als homofobie – in veel publicaties ontbreekt.􀀴 Die laatste term wordt meestal in essentialistische zin gebruikt, maar is pas in 1971 gemunt, legt de nadruk op slachto󰁦ferschap en is verbonden met iden-titeitspolitiek die zich eerst in dat decennium ontwikkelde (Herek, 2004). Het woord zou wat betreft Regout en art. 248bis Sr. vanwege toenmalige dominante theorieën over oorzaken van homoseksualiteit anachronistisch zijn. Al was er bij strafoplegging in de meest letterlijke zin sprake van ‘leed-toevoeging’, de nadruk op repressie negeert het daderschap dat een deel  van de vervolgden aankleeft. Deze bijdrage vraagt daarbij aandacht voor de keerzijde van stra󐁦󰁢aarstelling van deze homoseksuele contacten waardoor minderjarigen ook aan een disciplinerend oog werden onderworpen. De in- voering van het wetsartikel lijkt – onuitgesproken − gerelateerd aan wat de historica Nancy Lesko de sociale constructie van puberteit heeft genoemd, die juist rond de eeuwwisseling tot ontwikkeling kwam (Lesko, 2001).In 1968 schreef de historicus Jan Rogier in het COC-tijdschrift  Dialoog  dat we Regout wel dankbaar mochten zijn (Rogier, 1966, p. 184). In reac-tie op zijn gedrevenheid heeft Jhr. mr. dr. J.A. Schorer hier al binnen een  jaar na invoering van het nieuwe wetsartikel de Nederlandse afdeling van het Duitse Wissenschaftlich Humanitäres Komitee  van Magnus Hirschfeld opgericht, ’s werelds eerste homorechtenorganisatie (1897) die het motto  Per scientiam ad justitiam  (door kennis tot rechtvaardigheid) voerde. Na de Eerste Wereldoorlog is het comité verzelfstandigd als het  Nederlands Wetenschappelijk Humanitair Komitee  (NWHK) dat tot aan de bezetting heeft bestaan. Schorer heeft dankzij de felle bestrijding van vooral katholie-ke zijde een aandacht gegenereerd die niet in verhouding stond tot de mid-delen of omvang van het NWHK. De naoorlogse oprichters van het COC stonden op zijn schouders ( Van der Meer, 2007). Tijdens de Kamerdebatten  was al van diverse zijden gewaarschuwd voor de ‘propaganda’ die van  VOL. 22, NO. 3, 2019 TIJDSCHRIFT VOOR GENDERSTUDIES 252homozijde zou losbarsten. Een Kamerlid memoreerde dat homoseksuelen een paar jaar eerder nog hadden afgezien van oprichting van een comité naar Duits voorbeeld, omdat er hier geen wetgeving was zoals de Duitse §175 die vanaf 14 jaar alle homoseksuele handelingen stra󐁦󰁢aar stelde, waar ze hun pijlen op konden richten.􀀵  Al kort nadat Regout zijn versie van 248bis Sr. (er lag eerst een heel ander voorstel van zijn voorganger) indiende, pu-bliceerde Schorer de brochure Tweeërlei Maat   die hij ook aan Kamerleden toezond, van wie er enkelen tijdens de debatten met afschuw aan de pu-blicatie refereerden. Ze probeerde − notabene door een wetenschappelijke uitleg − homoseksualiteit te rechtvaardigen (Schorer, 1911).􀀶  Vooraanstaande Kamerleden van de Christelijk Historische Unie zoals  A.F. de Savornin Loman en D.J. de Geer stemden vanwege de te verwachten ‘propaganda’ tegen (Koenders, 1996, pp. 165–166). Overigens kon het idee over homoseksualiteit te moeten praten tegenstanders van 248bis Sr., die zich op principiële, inhoudelijke en juridische gronden beriepen, ook niet bekoren. De liberaal M. Tydeman die fel oppositie voerde tegen het wetsar-tikel, voorspelde een discussie over het bestaansrecht van homoseksualiteit – nog wel met beroep op wetenschap – ‘en ik wensch [die niet]’.􀀷 Debat over de betekenis van homoseksualiteit zou niet kunnen worden tegenge-houden, schreef de hoogleraar strafrecht D. Simons na het slotdebat in de Tweede Kamer in het Weekblad van het Regt  , waarin hij een reeks artike-len tégen de herziening van de zedenwetgeving had gepubliceerd. ‘Heerlijk  vooruitzicht. De strijd over homosexualiteit overgeplant op onze bodem’ (Simons, 1911, p. 2).Regout leverde ook in andere zin een bijdrage aan de ontwikkeling  van moderne homoseksualiteit. In 1905 had een Eerste Kamerlid tijdens begrotingsbesprekingen in navolging van de President van de Hoge Raad gewag gemaakt van ‘homosexualiteit’ als ‘nieuwe naam voor paederastie’.󰀸  Aanleiding was een artikel van Schorer in voorgaand jaar over het onder- werp in het juristenblad Themis , dat vanwege zijn pleidooi voor gelijke rechten de woede van de president had opgeroepen. Hij pleitte zelfs voor een verbod op dit soort publicaties (Schorer, 1904;  Van der Meer, 2007, pp. 131–133). ‘Homosexualiteit’ was een halve eeuw eerder (1869) geïntrodu-ceerd, maar behoorde aan het begin van de twintigste eeuw nog niet tot het gangbare vocabulaire. Tijdens de debatten over 248bis Sr. gebruikten vooral confessionele Kamerleden nog het eeuwenoude crimen nefandum  – de onnoembare zonde en misdaad, die niet bekend mocht zijn of besproken mocht worden – al bediende Regout zich toen meestentijds al van ‘homo-sexualiteit’. Daarmee heeft hij Schorer op zijn wenken bediend, die bena-drukte de stilte van het crimen nefandum  en de onwetendheid daaromtrent  DE INVOERING VAN ART. 248BIS SR. IN HISTORISCH PERSPECTIEFMEER 253te willen doorbreken (Schorer, 1912, p. 2). Regout heeft uiteindelijk met 248bis Sr. niet alleen aan de oprichting van een homo-organisatie bijgedra-gen, maar ook aan de verspreiding van het ‘nieuwe’ woord en daarmee aan de bespreekbaarheid van het ‘euvel’. De geschiedenis van homoseksualiteit is zo een geschiedenis waarin zwijgen petemoei van spreken is geworden. Zwijgen en spreken hebben gezamenlijk betekenissen voortgebracht en consequenties gehad waar anno 1911 niemand van had kunnen dromen.  Voorgeschiedenis Homoseksueel gedrag was sinds de invoering van de Franse Code Pénal (CP) in Nederland in 1811 niet meer stra󐁦󰁢aar. De laatste doodstraf in Nederland  voor sodomie was nog in 1803 voltrokken en in de twee jaar voorafgaand aan de invoering van de CP waren in Amsterdam tien mannen tot langduri-ge eenzame opsluiting veroordeeld ( Van der Meer, 1995, p. 148, 480). Direct na a󐁦󰁬oop van de Napoleontische tijd bepaalde de nieuwe Grondwet dat de Franse strafwet door een wetboek van eigen makelij vervangen zou worden, maar het duurde driekwart eeuw voor ze voltooid werd.Het eerste van de drie delen (dat de zedenwetgeving bevatte) werd in 1881 voltooid (en dus pas vijf jaar later van kracht). Voordien mislukte pogingen voor een nieuw wetboek voorzagen nog tot 1842 in hernieuwde criminalisering van homoseksueel gedrag (Hekma, 2004, p. 40). Pas de li-berale staatsopvattingen die na 1850 het politieke landschap gingen bepa-len maakten een einde aan de opvatting dat homoseksuele handelingen rechtsgoederen aantastten. Als de eerbaarheid niet werd aangerand, of openlijk beledigd, ging het niet aan op zichzelf laakbare handelingen (daar-over bestond consensus) tot misdrijven te bestempelen. De staat was geen zedenmeester. De wetgever was bovendien van mening dat vervolging de rust in gezinnen zou verstoren, zonder heil voor de samenleving (Salden, 1980, p. 40). Volgens de historicus Pieter Koenders maakte de toenmalige minister van Justitie vooral een kosten-batenanalyse en speelden liberale inzichten nauwelijks een rol (Koenders, 1996, p. 824). De  Handelingen van  De Tweede Kamer   uit die jaren suggereren echter dat onder Kamerleden li-berale staatsopvattingen wel degelijk meetelden in overwegingen over het al dan niet stra󐁦󰁢aar stellen van homoseksueel gedrag.Nog voor het einde van de negentiende eeuw gingen er ter rechter- en ter linkerzijde stemmen op een verleidingsartikel aan het Wetboek van Strafrecht toe te voegen. De samenstellers van het nog prille wetboek had-den daarvan mede afgezien omdat nauwelijks zou zijn vast te stellen wie
Search
Similar documents
View more...
Tags
Related Search
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks
SAVE OUR EARTH

We need your sign to support Project to invent "SMART AND CONTROLLABLE REFLECTIVE BALLOONS" to cover the Sun and Save Our Earth.

More details...

Sign Now!

We are very appreciated for your Prompt Action!

x